”De avond is nog lang; wie wat zien wil, moet er wat voor over hebben,
gaat het van avond niet, dan hebben we nog den geheelen Dinsdag;
Leur zal de primeur hebben.”
(S.C.J. Heerma van Voss, 27 juni 1909)


Dé grote suikerman: S.C.J. Heerma van Voss.
Van oudsher zijn er twee soorten suiker: rietsuiker en bietsuiker. Suiker was aanvankelijk een welvaartsproduct. West-Europa was voor suiker lange tijd afhankelijk van verre landen, waar riet groeide waaruit suiker gehaald kon worden.
In 1747 werd de ontdekking gedaan waarmee het winnen van suiker uit bieten mogelijk werd. Vanaf dat moment kreeg de rietsuiker een concurrent. Het duurde nog geruime tijd voordat bietsuiker belangrijk werd. In 1815, na het verdwijnen van de invloed van Napoleon, koos de Nederlandse Rijksoverheid toch weer voor import van rietsuiker uit de eigen kolonie in het verre oosten. Pas in 1858 werd de productie van bietsuiker weer ter hand genomen. Zevenbergen had de primeur. In 1873 waren in Nederland 33 bietsuikerfabrieken actief, waarvan 21 in westelijk Noord-Brabant.
In de meer dan 150 jaar bietsuikerproductie in Nederland is de Nederlandse schatkist rijkelijk gevuld met gelden uit de suikerbelasting.
De bekendste man binnen deze jarenlang zeer omvangrijke industrietak is S.C.J. Heerma van Voss. Gesteld kan worden dat hij dé grote “suikerman” was. Vanaf 1869 tot 1919, dus 50 jaar lang, was hij directeur en mede-eigenaar van de suikerfabriek op Zwartenberg bij Leur. Na zijn aantreden werd zijn naam in toenemende mate gehoord en gelezen als de belangrijkste vertegenwoordiger van de gehele suikerindustrie.
Aanvankelijk was Heerma van Voss slechts één van de bestuurders van de suikerfabriek bij Leur. Zijn invloed op het reilen en zeilen van de fabriek nam echter snel toe. Twee van zijn zonen werden later toegevoegd aan de directie. In de praktijk was en bleef hij de grote baas.
In 1870 kwam er een Bond van Beetwortelsuikerfabrikanten. De jonge Heerma van Voss werd secretaris, later voorzitter. Vanaf dat moment vertegenwoordigde hij de gehele binnenlandse suikerindustrie. Ministers onderhielden contacten met hem. Hij oefende zijn invloed uit bij de totstandkoming van de belangrijke Suikerwet van 1897. Hij nam initiatieven om te komen tot een goede onderlinge samenwerking binnen de industrie. Zijn ingezonden stukken naar kranten, waarin hij de problemen in de industrie benoemde, riepen vaak reacties op. Voorafgaand aan Europese vergaderingen over overeenkomsten tussen landen, met betrekking tot de suikerindustrie (Suikerconventies), waren zijn woorden van groot gewicht.
Voor zijn inspanningen werd hij twee keer beloond met een Koninklijke onderscheiding.
Heerma van Voss had diverse nevenfuncties die het gevolg waren van zijn inzet op nationaal niveau en zijn naamsbekendheid. Van “Suikerfabriek voorheen Jäger en Compagnie”, gevestigd te Roosendaal, was hij jarenlang voorzitter van de Raad van Commissarissen. Van 1899 tot 1919 was hij president-commissaris van de “N.V. Zuid-Nederlandsche Melasse-Spiritusfabriek” te Bergen op Zoom. Hijzelf had het initiatief genomen deze fabriek op te richten.
In 1913 kocht de suikerfabriek van Heerma van Voss een concurrent op, de “NV Suikerfabriek v/h Lebret & Co.” te Zevenbergen. Zo nu en dan maakte hij een buitenlandse reis; in 1910 hield hij vakantie in Noord-Afrika.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij lid van diverse Rijkscommissies.
“Just in time” nam hij het initiatief het gehele bedrijf te verkopen. Alle aandeelhouders kregen een goede prijs uitbetaald, de vaste werknemers kregen een pensioenuitkering en iedereen was tevreden.
Tussendoor had hij op spectaculaire wijze twee jubilea van de suikerfabriek gevierd. Het 25-jarig bestaan in 1894 vierde hij met een personeelsuitje naar de Wereldtentoonstelling in Antwerpen. In 1909, bij het 40-jarig bestaan, pakte hij nog grootser uit. Dat jaar presteerde hij het om voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis een vliegtuig te laten opstijgen. Hij liet uit Frankrijk een
vliegtuig met piloot komen. Op 27 juni 1909 vloog De Lambert met een Wright Flyer boven de heide ten zuiden van Etten. Zijn naam was al bekend , maar met deze stunt bereikte hij het niveau van permanent bekende Nederlander.
Etten-Leur mag trots zijn op de grootste Nederlandse suikerman en op de door hem geregelde eerste vliegtuigopstijging.
Arie de Bruin